Honden en speelweiden: een gedeelte van de vigerende APV

Regelmatig ontvangen we vragen over de regels aangaande honden en speelweiden: het loslaten lopen, etc. en wat nu wel en niet is toegestaan. Hieronder een gedeelte van de vigerende APV (Algemene Plaatselijke Verordening).

Ondanks het ontbreken van bebording is de APV leidend en kan er dus ook verbaliserend worden opgetreden. Dit staat los van het feit dat er wordt bekeken of uniforme bebording met regelgeving in speelgelegenheden kan worden gerealiseerd.

Artikel 2:57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;
b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of sportveld of op een andere door het college aangewezen plaats;
c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk (tatoeage of chip) dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
3. Het college kan plaatsen (hondenspeelweiden) aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1. De eigenaar, houder of begeleider van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats of het terrein van een ander.
2. Het college kan plaatsen (hondenspeelweiden) aanwijzen waar het gebod genoemd in het eerste lid, niet geldt.
3. Het in het eerste lid genoemde gebod is niet van toepassing op gehandicapten die geleid worden door een aantoonbaar gekwalificeerde geleidehond.
4. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar, houder of begeleider van de hond er zorg voor draagt dat de bedoelde uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
5. De eigenaar, houder of begeleider van een hond die zich in de openbare ruimte bevindt, is verplicht een functioneel opruimmiddel bij zich te hebben waarmee de uitwerpselen van de hond kunnen worden verwijderd.
6. De eigenaar, houder of begeleider van een hond die zich in de openbare ruimte bevindt, is verplicht het in lid 5 bedoelde hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend dan wel opsporend ambtenaar onmiddellijk te tonen.